‘BENG is een logische, noodzakelijke ontwikkeling’

De bouw- en installatiesector krijgt vanaf 2020 te maken met een nieuwe rekenmethodiek voor energiezuinig bouwen. De Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) wetgeving vervangt de huidige EPC-methodiek, die sinds de introductie in 1995 periodiek werd aangescherpt. Volgens Andre Dröge, onafhankelijk duurzaamheidsdeskundige bij Duurzaam & Circulair Bouwen Advies (DCBAdvies) is BENG een logische en noodzakelijke ontwikkeling. “De EPC is inmiddels flink verouderd en geen juiste indicator meer voor energiezuinige, energieneutrale en energieleverende (nieuw)bouwprojecten. In de huidige bepalingsmethode ontbreken diverse vernieuwende energieaspecten. Daarnaast wordt gerekend met een achterhaalde Primaire Energie Factor (PEF), die de verhouding weergeeft tussen de energie die gemiddeld in een elektriciteitscentrale wordt gestopt en de geleverde energie bij afnemers. De nieuwe Nederlands Technische Afspraak (NTA) 8800, die aan de basis ligt van BENG, brengt hier verandering in.”

De NTA 8800 is gebaseerd op een groot aantal geactualiseerde Europese normen en vervangt o.a. de NEN 7120 (Bepalingsmethode energieprestatie van gebouwen), NEN 8088 (Bepalingsmethode ventilatie en luchtdoorlatendheid van gebouwen) en NEN 1068 (Rekenmethode thermische isolatie van gebouwen). “In de NTA 8800 wordt meer geredeneerd vanuit de trias energetica, die adviseert om eerst het energieverbruik te reduceren en pas daarna te focussen op de energieopwekking en gebouwinstallaties”, vertelt Dröge. “Ik ben hier een groot voorstander van. Want waarom zou je eerst een hoop energie verloren laten gaan en daarvoor betalen, voordat je onderzoekt hoe je dit verlies kunt beperken? Passieve maatregelen zoals gebouwschilisolatie en het verbeteren van de luchtdichtheid (qv;10) zijn in dit kader onontbeerlijk.”

Ook positief is de toevoeging van de geometrieverhouding/vormfactor (de verhouding tussen het schiloppervlak en vloeroppervlak) in de BENG-wetgeving, vertelt hij. “Waar bij de EPC nog een matige isolatie van de gebouwschil kon worden toegepast in combinatie met zonnepanelen om de energieverliezen te compenseren, stelt de BENG o.a. zelfstandige eisen aan de gebouwschil en aan het aandeel hernieuwbare energie.”

DUIDELIJKE WAARDEN
De rekenuitkomsten van de energieprestatieberekeningen worden in de BENG-wetgeving in concrete eenheden weergegeven. “Hierdoor krijgen niet alleen de ontwerpende en bouwende partijen, maar ook de gebouweigenaren meer gevoel bij de nieuwe energiemaatregelen”, vertelt Dröge. “Wanneer je precies weet hoeveel kWh/m² gebruiksoppervlak per jaar een gebouw verbruikt, kun je gebouwen energetisch makkelijker vergelijken. Bovendien kun je als opdrachtgever desgewenst makkelijker een hogere energieambitie stellen. In de nieuwe BENG-wetgeving is de waardering voor duurzame energieopwekking – o.a. zon, wind en WKO – in één oogopslag duidelijk. Bovendien wordt het gebruik van fossiele brandstoffen teruggedrongen. Hiermee sluit de wetgeving een stuk beter aan bij de Europese regelgeving.”

DE OVERHEID ALS KARTREKKER
Voor alle nieuwbouwprojecten in ons land geldt dat vergunningaanvragen vanaf 1 juli 2020 moeten voldoen aan de eisen voor BENG. Voor overheidsgebouwen gaat BENG al op 1 januari 2020 in. De BENG-software komt rond september 2019 beschikbaar. “Met de vroegere introductie voor overheidsgebouwen wil de overheid alvast wat sturing geven aan de energietransitie en de markt aan de nieuwe regelgeving laten wennen”, vertelt Dröge, die bouwpartijen en gebouweigenaren met klem oproept om vroegtijdig voor te sorteren op BENG en de klimaatdoelstellingen voor 2030. Bijvoorbeeld als het gaat om gebouwinstallaties. “Voor gebouwinstallaties wordt een gemiddelde levensduur van 15 jaar aangehouden”, vertelt hij. “Wie hier vandaag de dag niet op anticipeert, is gedwongen om tussentijds extra investeringen te doen. Bijvoorbeeld in 2028 of 2029, wanneer de technische installaties nog niet zijn afgeschreven.”

BENG 1, 2, 3
Of een gebouw aan de BENG-eisen voldoet, wordt bepaald aan de hand van 3 indicatoren:

BENG 1: de maximale energiebehoefte in kWh/m² gebruiksoppervlak per jaar
Voor het bepalen van de energiebehoefte van een gebouw wordt de energiebehoefte voor verwarming en koeling opgeteld. Bij deze indicator wordt bovendien gekeken naar de isolatie, oriëntatie, glasoppervlakte, thermische massa en aanwezige zonwering. Het ventilatiesysteem en de zonnepanelen hebben geen invloed op de bepaling. Voor utiliteitsgebouwen telt wel de energiebehoefte voor de verlichting mee. De energiebehoefte kan worden ingevuld met hernieuwbare of fossiele energie.

BENG 2: het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh/m² gebruiksoppervlak per jaar
Het primair fossiel energiegebruik is een optelsom van het primair energiegebruik voor verwarming, koeling, warmtapwaterbereiding en ventilatie. Voor utiliteitsgebouwen telt ook het primair energiegebruik voor verlichting en eventuele bevochtiging mee. Voor zowel woningen als utiliteitsgebouwen geldt dat, indien er pv-panelen of andere hernieuwbare energiebronnen aanwezig zijn, de opgewekte energie van het primaire energiegebruik wordt afgetrokken.

BENG 3: het minimale aandeel hernieuwbare energie, in procenten
Het aandeel hernieuwbare energie wordt bepaald door de hoeveelheid hernieuwbare energie te delen door het totaal van hernieuwbare energie en primair fossiel energiegebruik. Met hernieuwbare energiebronnen worden bronnen bedoeld die gebruikt kunnen worden om energie op te wekken zoals zonne-energie, bodemenergie en geothermische energie.

Wie meer informatie wenst over de BENG-eisen, kan hiervoor terecht op de website van het RVO.

PRIMAIRE ENERGIEFACTOR
Zoals gezegd geeft de PEF de verhouding weer tussen de energie die gemiddeld in een elektriciteitscentrale wordt gestopt (nu nog hoofdzakelijk op basis van fossiele brandstoffen) en de geleverde energie bij afnemers. “Opvallend is dat in de NTA 8800 directer wordt gerekend, op basis van primaire energie, en dat daarbij wordt uitgegaan van een veel hoger gemiddeld opwekkingsrendement in elektriciteitscentrales”, vertelt Dröge. “Voorheen werd gerekend met een gemiddeld rendement van 39 procent. Echter is dit getal is al sinds 1995 niet meer veranderd. Dankzij schonere centrales en de toevoeging van steeds meer duurzame energieopwekking ligt het percentage inmiddels aanzienlijk hoger. Daarom is gekozen om dit rendement flink op te krikken, tot 69%. Dit heeft met name gevolgen voor de BENG 2 eis met bijbehorende berekeningen. Door de gewijzigde PEF-factor worden bijvoorbeeld pv-panelen minder gunstig gewaardeerd, terwijl bijvoorbeeld elektrische verwarmings- of koelinstallaties vanaf 2020 juist gunstiger beoordeeld worden.”

MEER AANDACHT VOOR LUCHTDICHTHEID
In de nieuwe BENG-methodiek wordt men eerder geconfronteerd met aandacht voor de luchtdichtheid van de gebouwschil. Niet verwonderlijk, volgens Dröge, want in een kierdicht gebouw zijn de energieverliezen door infiltratie lager. Er hoeft immers minder verwarmd dan wel gekoeld te worden. Ook na 2020 zal de luchtdichtheid worden uitgedrukt in qv;10.

Waar nu nog veelvoudig een qv;10 van circa 0,4 dm³/s.m² vloeroppervlakte wordt gebruikt, zal binnen afzienbare tijd een qv;10 tot maximaal 0,18 dm³/s.m² vloeroppervlakte het richtpunt worden, verwacht Dröge. “Om een lage qv;10 te helpen realiseren, zal al snel na de invoering van BENG behoefte ontstaan aan (generieke) referentiedetails voor de gebouwschil.” Tijdens de BUVA BENG-seminar op 23 mei werd hier een belangrijke stap in gezet, met de uitreiking van het BouwdetailWijzer handboek BENG. In dit handboek van Archidat Bouwinformatie wordt o.a. de impact van de nieuwe BENG-eisen op de bouwkosten en detaillering in beeld gebracht. Bovendien bevat het boek meer dan 80 hoogwaardige bouw- en referentiedetails van verschillende leveranciers, zoals Kingspan, Renson, Gebr. Bodegraven, Duco Ventilation & Sun Control, Reynaers Aluminium, ROCKWOOL, Roval Aluminium, Soprema, Van de Vin ramen en kozijnen, Schöck Nederland, Recticel, Wilms, Nelskamp Dakpannen, Alsecco en BUVA.

BUVA BENG-SEMINAR
Dröge was als deelnemer aanwezig op het BUVA BENG-seminar en is alleszins te spreken over het niveau van de sprekers en presentaties. “Maurice van Loon van BouwKennis gaf een zeer interessante lezing over de geschiedenis, het heden, de trends en de financiële toekomst van duurzame nieuwbouw, waaruit duidelijk werd welke energetische (ver)bouwmaatregelen als meest effectief worden gezien. Hij had onder andere breed onderzoek gedaan naar welke ontwikkelingen de markt – van beleggers tot bewoners – als kansrijk en/of trend ervaart, waaruit fraaie inzichten naar voren kwamen. Harm Valk van Nieman gaf een prikkelende en duidelijke lezing over de kern van het BENG-verhaal. En Marius van Zanten van BUVA toonde diverse homecare systemen, waarmee BUVA een adequaat antwoord op de BENG-wetgeving geeft.”In mei was er nog veel onduidelijk qua regels en berekeningen. Vanaf januari zal hier meer bekend over zijn en willen we graag onze relaties hierover informeren. U kunt zich daarom nu al inschrijven voor het volgende BUVA BENG-seminar.

OVER ANDRE DRÖGE
Andre Dröge heeft twintig jaar als bouwkundige gewerkt voor diverse architectenbureaus, waar hij verantwoordelijk was voor een grote diversiteit aan projecten. Van bedrijfs- en kantoorgebouwen tot woongebouwen, combinatiegebouwen en parkeergarages. Twaalf jaar geleden maakte hij de overstap naar DGMR, adviseurs voor bouw, industrie, verkeer, milieu en software. Daar groeide hij als duurzaamheidsadviseur en maakte o.a. vanaf 2008 kennis met BREEAM. Met zijn bedrijf Duurzaam & Circulair Bouwen Advies (DCBAdvies) adviseert hij sinds begin dit jaar diverse opdrachtgevers, waaronder overheidsinstanties, bedrijven, schoolbesturen, woningcorporaties, facilitair beheerders en normstellende organisaties om te komen tot duurzame en circulaire gebouwen. “Mijn hart heeft altijd bij duurzaam en circulair bouwen gelegen; het zit in mijn genen”, vertelt hij. “De afgelopen tijd heb ik me onder meer verdiept in de losmaakbaarheid van bouwmaterialen, waarbij aan eind van de levensduur van een gebouw bouwcomponenten worden gedemonteerd en (liefst 1 op 1) worden hergebruikt. In het kader van circulariteit van materialen zal de bouw hier de komende jaren steeds meer op inspelen. Losmaakbaarheid van materialen wordt bovendien opgenomen in de BREEAM-NL- en GPR-eisen en – op langere termijn – mogelijk in de MilieuPrestatie van Gebouwen (MPG). Ook heb ik mee mogen bouwen aan de komende beoordelingsrichtlijn BREEAM-NL Nieuwbouw 2020. In opdracht van de Dutch Green Building Council (DGBC) heb ik voor de nieuwe BRL de credits binnen de categorie Materialen onder handen genomen en geactualiseerd. Mijn integrale adviespraktijk omvat o.a. duurzaamheid en circulariteit voor gebouwen, met name binnen de aspecten energie, materialen, gezondheid, water en management.”

Met de BENG-wetgeving in het vooruitzicht, kan Andre Dröge o.a. korte BENG-trainingen verzorgen, zodat stakeholders een goed beeld krijgen van welke energetische zaken primair van belang zijn. Daarnaast kan men bij DCBAdvies terecht voor projectbegeleiding en -advies, toetsingen en second opinions. Voor meer informatie, kijk op www.dcbadvies.nl.

Recente nieuwsberichten

Ontmoet, ontdek en vergroot uw kennis tijdens het BIM-seminar op 5 november

23-09-2019

Ontwerpen in BIM wordt steeds meer gemeengoed. In navolging van de architectonische, bouwtechnische en constructieve informatie worden anno 2019 ook steeds vaker installaties en technische en praktische gegevens aan het Bouw Informatie Model toegevoegd.

Meer informatie

‘We zijn zeer te spreken over de projectaanpak en productkwaliteit van BUVA’

16-09-2019

De Caaien en Couperus in Ypenburg en Quattro in Morgenstond: het zijn enkele projecten die Dura Vermeer heeft gerealiseerd. Nu de gemeentelijke bouwopgave verschuift naar binnenstedelijk gebied, levert Dura Vermeer daar opnieuw een duurzame bijdrage aan.

Meer informatie

‘Innovatieve deursluitoplossing van BUVA reduceert faalkosten in de timmerindustrie’

04-09-2019

Houten buitendeuren, kozijnen en hang- en sluitwerk krijgen het vaak zwaar te verduren. Zo zijn ze onderhevig aan weersinvloeden, wat de vormvastheid kan beïnvloeden.

Meer informatie